GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
GerVision
Een nieuw leven voor leegstaande kantoren

De leegstand op de kantorenmarkt neemt, voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis in 2008, weer af. Dit bleek medio januari uit cijfers van vastgoedadviesbureau DTZ Zadelhoff. Er werd meer kantoorruimte in gebruik genomen en er werd ook minder leegstaande kantoorruimte aangeboden.

Toch is dit probleem nog steeds heel erg groot. Er staan nog steeds miljoenen vierkante meters leeg. Vandalisme en verloedering liggen hier op de loer. Het pand vermindert snel in waarde als er niets wordt gedaan aan zichtbaar verval aan de buitenkant of aan lekkages.

Belangrijke rol makelaars NVM Business

Een uitkomst voor al die leegstaande panden is een transformatie naar woningen. Dit is een volwaardig alternatief voor nieuwbouw van woningen. De makelaars van NVM Business vervullen hierbij een belangrijke rol. Dat komt doordat zij een deel van het werk van de projectontwikkelaars naar zich toetrekken.

Over dit soort succesvolle transformaties heeft NVM Business zojuist een lezenswaardig boekje gepubliceerd: ‘Een nieuw leven – nieuwe bestemming voor leegstaande kantoren’. Hierin staan interviews met dertien makelaarskantoren over hun betrokkenheid bij succesvolle transformaties.

De kunst is vooral om voor leegstaande kantoren scenario’s te bedenken en als makelaar daar dan gericht partijen bij te zoeken. Behalve een sterke mate van pro-activiteit zijn bij een herbestemming ook een flinke dosis creativiteit en een gezonde portie geluk ingrediënten voor succes. Daarnaast is een goede marketing belangrijk, evenals de locatie en de vorm van het gebouw.

Met sommige kantoren valt gewoon niets meer aan te vangen, vanwege de ligging of de constructie. Dan is slopen het enige alternatief. Toch kunnen ook ogenschijnlijk kansloze herbestemmingen van de grond komen, bijvoorbeeld door slim en creatief om te gaan met fiscale wetgeving. De publicatie is al met al een mooi voorbeeld van de inventiviteit van onze Business-makelaars.

Meer informatie over dit interessante boekje van NVM Business kunt u vinden in een artikel in het NVMagazine.

2016 wordt andermaal een goed jaar voor de woningmarkt. De zeer lage rentestand en de aantrekkende economie vormen hierbij de steunpilaren. Mensen hebben de verkoop van hun woning tijdens de crisisjaren uitgesteld, maar durven de stap nu weer aan. Het vertrouwen is gelukkig weer helemaal terug. De aanscherping van de leennormen – zoals de daling van de loan-to-value naar 102 procent per 1 januari jl. – kunnen dit vertrouwen niet aantasten.

Ik verwacht dat het aantal transacties dit jaar met 8 tot 10 procent zal toenemen. Dat betekent er zo’n 155.000 woningen van eigenaar verwisselen. Voor de totale markt komt dit neer op zo’n 200.000 transacties. De gemiddelde verkoopprijs zal naar verwachting met 3 à 4 procent toenemen. Dat ziet er dus goed uit.

De woningmarkt krabbelt dus in 2016 verder op

Laten we hopen dat dit het komend jaar ook geldt voor onze andere twee steunpilaren, het agrarisch & landelijk vastgoed en het commercieel vastgoed.

2016 wordt voor mij persoonlijk een memorabel jaar, omdat ik in april na negen jaar afscheid neem als NVM-voorzitter. Mijn maximale termijn als NVM-voorzitter loopt dan af. Mijn opvolger is Ger Jaarsma. Hierdoor krijgt de NVM voor het eerst een voorzitter, die van buiten de makelaarswereld komt. Ik heb alle vertrouwen in Ger Jaarsma en geef daarom met een zeer positief gevoel binnenkort het stokje over.

Ger Jaarsma zal verder gaan op het ingeslagen pad om van de NVM richting 2020 een kwaliteitsorganisatie te maken. In deze nieuwe fase zullen wij onze leden nog meer faciliteren bij het gebruik van onderzoeksdata. Zoals u weet heeft de NVM een rijke schat aan data en die maken wij nog meer beschikbaar voor onze leden. Het NVM-bureau in Nieuwegein zal ook het thema ‘integriteit’ een nog hogere prioriteit geven. Na de crisis komt er nu een kwaliteitssprong en daar gaan wij ons de komende jaren stevig voor inzetten!

Onlangs is in de Tweede Kamer de rijksbegroting voor Wonen en Rijksdienst behandeld. Naast een bespreking van de kabinetsplannen wordt dit vaak ook benut als een algemeen jaarlijks podium om over de woningmarkt in de brede zin en actualiteiten te spreken. Deze keer gingen de inbrengen, interrupties en beantwoordingen grotendeels over het laatste: de actuele asielinstroom.

Ze gingen meer in het bijzonder over de asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben of krijgen. Deze zogeheten statushouders mogen op zijn minst vijf jaar in Nederland blijven. En zullen dus in ieder geval gedurende die periode ook voor vraag op de woningmarkt zorgen. Zeker in eerste instantie in de sociale huur. En wellicht later ook in de vrije huursector of op de koopmarkt, als zij op basis van hun inkomen niet meer tot de doelgroep van sociale huur behoren. Hoe je verder ook denkt over het vluchtelingenvraagstuk, om bepaalde feiten en cijfers kunnen we niet heen. Enkele weken geleden waren er al zo’n 14.000 statushouders die naar een woning zouden moeten doorstromen, maar nog altijd in een asielzoekerscentrum verblijven.

De beschikbaarheid van sociale huurwoningen staat duidelijk onder druk. Dat is overigens geen nieuw fenomeen en het is niet alleen te wijten aan de instroom van immigranten. Ook in andere doelgroepen zijn ontwikkelingen zichtbaar, die tot (langere) wachtlijsten leiden. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe, veranderingen in de zorg, langer zelfstandig wonen, om maar wat zaken te noemen. En tegelijk weten we dat er nog honderdduizenden scheefwoners zijn; huishoudens die een te hoog inkomen hebben om gebruik te mogen maken van een sociale huurwoning. Het gebrek zit hem dus niet zozeer in het aantal, als wel in de beschikbaarheid van sociale huurwoningen. Nog afgezien van het feit dat wachtlijsten deels ‘vervuild’ worden, bijvoorbeeld door mensen die al in een sociale huurwoning wonen, maar zich opnieuw inschrijven om naar een betere locatie te verhuizen.

Wat ik maar wil zeggen is dat een vraagstuk als de huisvesting van statushouders in een breder perspectief geplaatst moet worden. Doen we dat niet, dan komen we niet verder dan hap-snapbeleid, met hooguit oog voor slechts een deel van de problematiek. En van hap-snapbeleid weten we dat het op de langere termijn alleen maar tot nieuwe mismatches leidt. Het is zaak dat we ook bij een politiek beladen onderwerp nuchter blijven en beleid meer samenhangend, toekomstgericht en op basis van feiten vorm geven.